Bezig geweest met mijn boek vandaag. Aantekeningen aan het maken over de thema's die aan bod komen. De shock momenten in mijn leven in kaart brengen. En nu ben ik gekomen tot de periode in 2008 rond de dood van mijn zoon Jaco. God wat is dit confronterend. Ik lees over de vele bestralingen, zijn pijn, dwars door de morfine heen, hoe zijn benen als luciferhoutjes zijn, hoe hij letterlijk door zijn benen zakt. Hoe hij er alles aan doet zin in het leven te blijven houden, autorrijlessen neemt zonder uitzicht op rijbewijs halen, hoe hij gitaarles krijgt van zijn vrienden, hoe hij naar Linkin Park ging, vocht tegen de wil van de arts een morfinepompe aan te sluiten, knallende hoofdpijnen heeft, grappen maakte tot in de laatste seconde van zijn leven.
En na ruim drie jaar laat het me niet los: waarom? waarom hij? waarom zo?
Ik huil meer dan ik schrijf. Dit doet zo een pijn! Drie jaar na dato. Zal het ooit minder worden? De pijn.
Blijft dit me mijn hele leven achtervolgen? Ik hoop dat het schrijven helpt. Het is een manier voor me om te proberen te verwerken wat er is gebeurd, zodat ik verder kan. Ik hoop het echt. Want anders trek ik het niet. Mijn andere twee kinderen zie ik nauwelijks. Het gaat nu goed. Maar nodig hebben ze me niet.
Ik kan niet meer werken. Het enige dat ik kan, en moet, is overal op bezuinigen. Ik moet dat idee snel uit mijn systeem krijgen, want dat kan en mag mijn toekomst niet zijn. Maar mijn optimisme, dat er een betere tijd zou komen, het optimisme dat er altijd was. Het is zoek. Ik heb het gevoel tegen de bierkaai te vechten. Voor wat? Zeg het me maar, ik weet het niet meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen